Leren in de Social Profit

Impuls tot evolueren

Tien beelden van leren

sparklers_828570_1280Je kan op verschillende manieren naar leren kijken. Er zijn meerdere leertheorieën die reeds allemaal hun nut bewezen.

Dries van der Vlerk
heeft deze theorieën verwerkt tot tien beelden of leerprincipes in zijn boek ‘Inspireren tot leren, het ontwerpen van een uitdagende leeromgeving’ (2005).

Intrinsiek versus extrinsiek gemotiveerd leren
Leren om te groeien
Leren leren als basis
Leren is meer dan een cognitief proces
Leren is betekenis creëren
Al doende leert men
Competentiegericht leren
Leren als uitdaging
Leren is sociale-identiteitsontwikkeling
Leren als slim zigzaggen tussen theorie en praktijk


Intrinsiek versus extrinsiek gemotiveerd leren

‘Wanneer je een schip wilt bouwen, breng dan geen mensen bijeen om timmerhout te sjouwen, of te tekenen alleen. Voorkom dat ze taken ontvangen, deel evenmin plannen mee, maar leer eerst mensen verlangen, naar de eindeloze zee’ (vrij naar Antoine de Saint-Exupéry in De Bie e.a. 2001)

Bij intrinsiek gemotiveerd leren komt de motivatie van binnenuit: je voelt een behoefte om te leren en hebt plezier in het leren, dit om de dingen te kunnen doen waar men goed in is.

Bij extrinsiek leren wordt het leren gemotiveerd door een externe beloning bv. om een promotie op het werk te krijgen.

Echt betekenisvol leren begint als je zelf de knop omdraait: de klik van wat moet ik naar wat wil ik leren.


Leren om te groeien

Leerbehoeftes zijn niet statisch en ontstaan in wisselwerking met de omgeving . Ze kunnen bewust opgeroepen worden door inspirerende prikkels of door maatschappelijke veranderingen, maar hangen ook samen met de ontwikkeling die mensen zelf door (willen) maken.

Maslow (1972) heeft hierover een theorie. Hij onderscheidt vijf behoefteniveaus in het menselijke gedrag. Pas als de behoeftes op een lager niveau zijn voldaan, zullen de hogere zich manifesteren.

afbeelding_4

1. Fysiologische behoeften: lucht, water, voedsel, slaap …

2. Veiligheid: inkomen, familie, gezondheid, een thuis …

3. Liefde: familie, vriendschap, seksuele intimiteit ….

4. Erkenning: zelfrespect, respect van en voor anderen, zelfvertrouwen ….

5. Zelfrealisatie of zelfverwerkelijking

Zelfverwerkelijking is volgens Maslow de kern van het mens-zijn. Iedere mens heeft de natuurlijke behoefte om mogelijkheden en talenten tot ontplooiing te brengen. Een beperkte benutting van onze mogelijkheden komt voor wanneer op een lager niveau in de behoeftehiërarchie fundamentele behoeftes niet verwezenlijkt worden. Pas als de behoeftes van een lager niveau zijn voldaan, zullen de hogere zich manifesteren. Vanuit deze behoeftes worden mensen in beweging gezet om te leren.


Leren leren als basis

De basis van leerprocessen ligt bij de competentie “leervermogen”. Dit is de mate waarin iemand snel en doeltreffend nieuwe kennis en ervaringen opdoet en deze omzet in nieuw gedrag. In de volksmond wordt dit “leren leren” genoemd.

Als je een groot leervermogen hebt, dan:

  •    Maak je je nieuwe materie snel eigen.
  •    Begrijp je nieuwe instructies snel en pas je deze correct toe.
  •    Overzie je gegevens en informatie en kun je er de grote lijnen en samenhang in
        ontdekken.
  •    Kun je onderscheid maken tussen belangrijke en minder belangrijke informatie.
  •    Ontwikkel je eigen methoden om snel aan bruikbare informatie te komen.
  •    Houd je relevante ontwikkelingen en informatie bij en pas je deze toe in je werk.
  •    Integreer je nieuwe met reeds opgedane kennis.
  •    Vervang je oude kennis door nieuwe.
  •    Leer je van je eigen ervaringen en van de fouten die je maakt.
  •    Ontvang je graag feedback op je eigen handelen om zo je functioneren te verbeteren.
  •    Heb je inzicht in je eigen dominante leerstijl.

Aandacht hebben voor leerstijlen en het leervermogen van mensen is een voorwaarde voor het opbouwen van een lerende organisatie.


Leren is meer dan een louter cognitief proces

Bij leren denkt men meestal alleen aan leren met het hoofd (verstandelijk). Maar leren doe je met hoofd, handen én hart (kijken, luisteren, aanraken, ervaren ….).

Het begrip meervoudige intelligentie van de psycholoog Howard Gardner (1993) biedt een goede aanvulling op het cognitieve model. Intelligentie is voor Gardner “de bekwaamheid om problemen op te lossen of het bestaande aan te passen aan veranderende omstandigheden”. Mensen doen dat op verschillende manieren en maken daarbij gebruik van verschillende ‘soorten’ intelligentie: taalkundig, sociaal, intuïtief, logisch/wiskundig, ritmisch muzikaal, naturalistisch, lichamelijk en ten slotte visueel/ruimtelijk.


Leren is betekenis creëren

Er is een belangrijk verschil tussen kennisoverdracht (de vroegere betekenis die aan leren werd gegeven) en kennisconstructie (het nieuwe beeld over leren):

Bij kennisoverdracht bestaat de taak van de begeleider uit het helder en goed gestructureerd presenteren van de leerinhouden. Hierbij wordt de lerende gezien als een onbeschreven blad dat beschreven moet worden. Wetenschappelijk ontwikkelde theorie wordt toegepast in de praktijk.

Bij kennisconstructie tonen de deelnemers zelf verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij het structureren en construeren van wat ze willen weten. Je brengt structuur aan in de problemen waarmee je te maken krijgt. Door dit actieve proces blijft het geleerde beter hangen en wordt het beter verbonden met al eerder verworven kennis, houdingen en vaardigheden.

Leren is veranderen. Veranderen van een al aanwezige betekenis of veranderen door het tot stand komen van een nieuwe, relatief blijvende, betekenis. De kern van leren is dus eigenlijk dat we de wereld om ons heen betekenis geven. Zowel cognitief als qua vaardigheden, emoties en houdingen. Die betekenissen komen niet uit de lucht vallen of worden niet door een individu geconstrueerd. Ze worden meestal ontleend aan de referentiekaders van de cultuur waarin men leeft. Leren is dus in de kern sociaal van karakter.


Al doende leert men

Eigenlijk is alles wat iemand kan ooit een kwestie van leren geweest, van oefenen met vallen en opstaan. Mensen leren vooral vanuit de praktijk, vanuit een concrete (werk)situatie en dit door zich al dan niet samen met anderen verder te bekwamen. Het meeste wat mensen leren komt spontaan en niet bewust tot stand. Een combinatie van denken, dingen uitproberen en hierover met anderen communiceren, direct gericht op het realiseren van uitdagingen in het werk, blijkt de manier te zijn waarop de meeste expertise wordt verworven (Eraut e.a.). Het leren door theorie neemt maar een bescheiden plaats in.

Competentiegericht leren

Om bewust te leren, is het zinvol leerdoelen te formuleren die aangeven wat men met het leren wil bereiken. Deze leerdoelen worden vaker competentiegericht geformuleerd nl. in termen van wat geleerd moet worden om in een bepaalde situatie adequaat te kunnen handelen (gedragsmatige termen). Het voordeel van het vastleggen van competentiegerichte leerdoelen is dat er direct naar de kern van de zaak gegaan wordt: leren heeft vooral zin als het bijdraagt tot bekwaam handelen. Alleen verwerven van kennis en inzicht zijn immers niet voldoende om competenter te worden in een bepaalde situatie.

Leren als uitdaging

Mensen willen van nature groeien en beter worden in de dingen die ze doen. Vanuit de drive om ook nieuwe, toekomstige taken goed te kunnen volbrengen (= taakspanning) komt er energie vrij om iets nieuws te leren (= leerspanning ). Leerspanning neemt toe met de betrokkenheid van mensen. Hoe groter de betrokkenheid, hoe groter de inzet om nieuwe competenties te verwerven. Het zoeken naar een nieuw evenwicht tussen uitdagingen en vaardigheden drijft ons om te leren.

In het boek “Flow” (Csikszentmihalyi 1999) wordt het optimale leermoment beschreven als ‘de toestand waarin mensen dermate betrokken zijn bij een activiteit, dat ze alles om hen heen vergeten’.

Om deze optimale leerervaring te bekomen is echter een goede balans tussen vaardigheid en uitdaging nodig m.a.w. de vaardigheden waarover iemand beschikt moeten nog nét toereikend zijn. Zoniet zal de uitdaging leiden tot frustratie en angst. Afhankelijk van deze balans tussen uitdagingen en bekwaamheden, balanceren mensen voortdurend tussen bang worden of verveeld raken. Als we te lang hetzelfde blijven doen wordt het saai, als we te sterk veranderen worden we angstig.

afbeelding_5


Leren is sociale-identiteitsontwikkeling

Leren is fundamenteel een sociaal gebeuren. Je leert in voortdurende interactie met anderen, maar je maakt je ook de bestaande betekenissen van één of meerdere groepen eigen. Dit doe je via het opnemen van waarden, gezichtspunten en manieren ‘van doen’. Eigen ontwikkeling is nadrukkelijk verbonden aan sociale participatie. Doordat mensen leren en voortdurend nieuwe betekenissen ontwikkelen verandert ook de eigen identiteit. 


Leren als slim zigzaggen tussen theorie en praktijk

In een ideaal leerproces zigzag je tussen vier manieren van leren (Bolhuis 2001):

  • Leren door directe ervaring: leren door meedoen en leren door doen (trial and error)
  • Leren door sociale interactie: leren met, van en door elkaar
  • Leren door het verwerken van theorie: zich eigen maken van abstracte informatie
  • Leren door nadenken (reflectie): in vraag stellen van het hoe, wat en waarom

Het startpunt van het leerproces ligt bij iets wat je interesseert of bezighoudt. Door te experimenteren en vervolgens te reflecteren pas je stap voor stap je bestaande denken en voelen aan tot een systematischer beeld en nieuwe verbanden. Dat doe je ook door er andere ervaringen en relevante stukjes theorie bij te halen. Pas als je op deze manier leert, blijven wetenschappelijke theorieën die op een bepaald terrein of vakgebied relevant zijn, hangen. Zo worden ze immers verbonden met eigen ervaringen en opvattingen en omgevormd tot een persoonlijke, bewuste en systematische visie op het thema. Dit wordt je eigen (subjectieve) concept, aangevuld met inzichten vanuit theorie en praktijk.