Leren in de Social Profit

Impuls tot evolueren

Wie waarvoor betrekken

terug

Om VTO een meer strategische plaats in de organisatie te geven, raden we aan om
verantwoordelijkheden toe te kennen aan de Raad van Bestuur, de directie, de ondernemingsraad, de werknemersafgevaardigde(n), de leidinggevenden, de vormingscoördinator en de personeelsverantwoordelijke van het team. Betrek ook medewerkers en eventueel externe partijen.

Wie welke rol opneemt is afhankelijk van onder meer de grootte van de organisatie, de traditie, de competenties van medewerkers ….Het hangt van de organisatie af welk gewicht en omvang aan de rollen wordt toegekend.

Een duidelijke taak- en rolverdeling draagt bij aan een krachtiger beleid en voorkomt frustraties en misverstanden. Het stimuleert een gedeelde verantwoordelijkheid voor VTO en leren. De verantwoordelijkheid voor leren moet worden gedeeld, maar wel met duidelijke afspraken en afgebakende rollen.

Mogelijk toe te kennen verantwoordelijkheden en opdrachten:
- visieontwikkeling
- kwaliteitsbewaking
- beheer van de bibliotheek
- administratie van het VTO beleid
- formuleren van opleidingsnoden
- constructie van VTO instrumenten
- signaleren van opleidingsbehoeften
- beheren van de financiële middelen
- uitbouw kennismanagementsysteem
- opvolging van efficiëntie en effectiviteit
- begeleiden van vormingsactiviteiten
- contacten met externe opleidingsverstrekkers
- bevorderen van informeel leren en transfer op de werkvloer
- opstellen, bijsturen en evalueren van het opleidingsbeleidsplan
- ...

Mogelijke opdrachten/rollen voor:

De Raad van Bestuur en directie
Directie en lijnmanagement
De VTO-coördinator
Ondernemingsraad en syndicale delegatie
De medewerkers
Externe partners

Raad van Bestuur en directie

Bij de keuze voor een strategisch VTO beleid, is het noodzakelijk dat de beleidskeuzes rond VTO ook mee gedragen worden door de verantwoordelijken voor het algemeen- en organisatiebeleid. Zoniet blijft VTO een operationele in plaats van een strategische kwestie.

Mogelijke opdrachten:

  • Gesprek over het belang en de plaats van VTO in de organisatie op gang brengen.
  • Een strategisch VTO beleidsplan (laten) ontwerpen, bespreken en goedkeuren.
  • Plannen op operationeel niveau (laten) opstellen en bekrachtigen of goedkeuren.
  • Jaarlijks VTO budget opmaken en/of goedkeuren.
  • Aanstellen van VTO-coördinator.
  • Een gunstig leerklimaat helpen creëren.
  • Opvolgen van de efficiëntie en effectiviteit van de VTO inspanningen.
  • Bijsturingen aan de beleidsplannen goedkeuren.
  • Goedkeuren VTO jaarverslag en sociale balans.

Directie en lijnmanagement

Naarmate VTO meer als strategisch instrument wordt gehanteerd zullen afdelingshoofden, teambegeleiders, leidinggevenden een grotere rol spelen.

Mogelijke taken:

  • Kwaliteit bewaken van VTO activiteiten en van het VTO beleid.
  • Begeleiden van VTO activiteiten: docent, trainer, begeleider, instructeur, supervisor.
  • Beheren van financiële middelen.
  • Mee beslissen over het ontwerp van VTO beleid, van procedures, rechten en plichten en bij het toekennen en samenstellen van VTO budgetten.
  • Verantwoording afleggen aan de directie en Raad van Beheer over VTO activiteiten en VTO beleid.
  • Een stimulerende VTO cultuur creëren en het informele leren op de werkvloer faciliteren.
  • Bewaken van de transfer na opleiding.

VTO-coördinator

De VTO-coördinator is de persoon die het totaaloverzicht bewaart over alles wat met VTO te maken heeft. In kleinere organisaties wordt deze functie vaak opgenomen in combinatie met een andere opdracht. In grotere organisaties stelt men hier vaak iemand deeltijds of voltijds voor vrij.

De VTO-coördinator kan een zeer divers takenpakket hebben:

  • Ontwikkelen van VTO instrumenten (evaluatieformulier, registratietabel, aanvraagdocument, ...).
  • Ontwerpen van lesmateriaal.
  • Kwaliteit van VTO activiteiten en VTO beleid bewaken.
  • Begeleiden van VTO activiteiten.
  • Beheren van financiële middelen.
  • Ondersteunen van directie, leidinggevenden en opleiders.
  • Stimuleren van directie, leidinggevenden en medewerkers om nieuwe initiatieven te nemen.
  • Assisteren van de directie bij het plannen en doorvoeren van veranderingen.
  • Interne en externe contacten rond VTO onderhouden.
  • Opvolgen van de administratie rond VTO.
  • Studie over VTO.
  • Verantwoordelijke kennismanagement.
  • Beheer van de opleidingsaccommodatie.
  • Rapporteren aan directie en Raad van Beheer. 

Ondernemingsraad en syndicale delegatie

De werknemersvertegenwoordiging heeft een belangrijke rol te vervullen bij de realisatie van het leer- en opleidingsbeleid in de organisatie. Een aantal van hun bevoegdheden vloeit voor uit hun wettelijke opdrachtsomschrijving: 

Wettelijke rol ondernemingsraad:

  • "Het geven van adviezen inzake de maatregelen betreffende de beroepsopleiding en -omscholing. De ondernemingsraad zal geraadpleegd worden over de maatregelen voor de organisatie en de uitvoering van de beroepsopleiding en -omscholing van collectieve aard".
  • "Het onderzoeken van projecten en maatregelen die één of meer elementen van het personeelsbeleid kunnen wijzigen. Deze voorlichting en raadpleging heeft tot doel de werknemers nauwer te betrekken bij het personeelsbeleid en een beter klimaat te scheppen tussen de werkgevers en de werknemers"
  • Jaarlijkse bespreking van de sociale balans.

Rol van de syndicale delegatie:

  • Onderhandelings- en overlegorgaan met het oog op het sluiten van CAO's (o.a. over vorming op de werkvloer).
  • Bevoegdheid over alles wat betrekking heeft tot arbeidsverhoudingen. 

Naast de wettelijk omschreven opdrachten, kunnen zij een belangrijke bijdrage betekenen voor een kwaliteitvol vormingbeleid:

  • Inspraak bij VTO beleid, procedures, rechten en plichten en deze opvolgen.
  • Mee opmaken en opvolgen van de uitvoering van beleidsplannen.
  • Signaleren en mee opsporen van opleidingsnoden.
  • Bijdragen aan een positief leerklimaat.
  • Motiveren van collega's
  • ....

Medewerkers

Medewerkers staan centraal in een kwaliteitsvol VTO beleid in de organisatie. Let erop dat alle medewerkers betrokken worden: vaste personeelsleden maar ook vrijwilligers en stagiairs, tijdelijke medewerkers, uitvoerend personeel …..

Medewerkers dragen bij aan:

  • Signaleren van behoeften en nog onvoldoende ontwikkelde competenties.
  • Bevorderen van een leerklimaat waarin interesse is om zijn competenties op peil te houden.
  • Delen met en verspreiden van competenties naar andere medewerkers.
  • (co) begeleiden van VTO activiteiten, mentorrol op zich nemen.
  • Opstellen en in de praktijk brengen van het persoonlijk ontwikkelingsplan.
  • Toepassing van het geleerde op de werkplek.
  • Kennisontwikkeling en kennisdoorstroming in de organisatie
  • Administratieve ondersteuning: bijhouden van kengetallen, verspreiden van informatie over  opleidingsaanbod, inventariseren van opleidingsverstrekkers ….

Externe partners

Naast betrokkenheid van interne partners zijn ook heel wat externe partners betrokken bij het opleidingsbeleid van je organisatie:

De rol en functie die zij opnemen kan heel divers zijn:

  • Advies
  • Onderzoek
  • Organiseren, aanbieden van opleidingsprogramma’s
  • Ondersteuning bij uitbouw strategisch opleidingsbeleid
  • Begeleiden van VTO activiteiten
  • Evaluatie
  •     ….

terug